ECLI:NL:RVS:2026:1736
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A. Kuijer
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering openbaarmaking rechtshulpverzoeken Nederland-Australië op grond van vertrouwelijkheid en opsporingsbelangen
Appellant verzocht om openbaarmaking van documenten over wederzijdse rechtshulp tussen Nederland en Australië in strafzaken betreffende fraude, witwassen en belasting- en douanedelicten. De staatssecretaris weigerde dit op grond van vertrouwelijkheid en opsporingsbelangen. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en beval een nieuw besluit.
In het hoger beroep betoogde appellant dat vertrouwelijkheid niet per definitie geldt en dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom openbaarmaking werd geweigerd, ook per onderdeel van documenten. De Afdeling oordeelde dat vertrouwelijkheid het uitgangspunt is volgens het rechtshulpverdrag en dat openbaarmaking de internationale betrekkingen kan schaden. De staatssecretaris hoefde geen zienswijze van Australië te vragen en mocht de weigering voor hele documenten motiveren.
Verder stelde appellant dat er meer documenten moesten zijn en dat de zoekslagen onvoldoende waren. De Afdeling vond de toelichting op de zoekslagen geloofwaardig en oordeelde dat niet alle verzoeken bij de staatssecretaris berusten. De weigering van openbaarmaking op grond van vertrouwelijkheid en opsporingsbelangen was voldoende gemotiveerd. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een schadevergoeding van €500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de weigering tot openbaarmaking van documenten over wederzijdse rechtshulp tussen Nederland en Australië en wijst het hoger beroep af.