ECLI:NL:RVS:2026:232
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- C.C.W. Lange
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking belang na besluit omgevingsvergunning
Appellant heeft op 6 februari 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het in stand houden van vier recreatiewoningen in Soesterberg. Omdat het college niet tijdig een besluit nam, stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die op 3 juni 2022 het beroep gegrond verklaarde en het college dwong binnen acht weken een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.
Appellant stelde hoger beroep in tegen de termijn en de hoogte van de dwangsom, stellende dat het college bewust de besluitvorming uitstelde. Het college nam op 10 oktober 2022 alsnog een besluit, waarbij de vergunning werd geweigerd. Dit besluit wordt in een aparte procedure behandeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het doel van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is bereikt door het genomen besluit. Hierdoor ontbreekt appellant het belang bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het college inmiddels een besluit heeft genomen, waardoor het belang van appellant is komen te vervallen.