ECLI:NL:RVS:2026:99
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- C.C.W. Lange
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor vier recreatiewoningen op recreatieterrein Soesterberg
Het college van burgemeester en wethouders van Soest weigerde op 5 juni 2020 een omgevingsvergunning voor het in stand houden van vier recreatiewoningen op een recreatieterrein in Soesterberg. Wederpartij, voormalig eigenaar, stelde schade te hebben geleden door deze weigering. De rechtbank oordeelde dat het college ten onrechte de reguliere voorbereidingsprocedure toepaste en vernietigde het besluit. Het college stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college het hoger beroep ontvankelijk had ingesteld, ondanks het ontbreken van een procesbesluit binnen de termijn, omdat dit later alsnog was overgelegd. Inhoudelijk bevestigde de Afdeling dat het college terecht de reguliere voorbereidingsprocedure toepaste en dat het receptiegebouw niet als hoofdgebouw kon worden aangemerkt, waardoor de recreatiewoningen geen bijbehorende bouwwerken zijn.
Verder werd het beroep van wederpartij tegen het besluit van 10 oktober 2022 ongegrond verklaard. De Afdeling vond dat de raad van Soest de verklaring van geen bedenkingen terecht had geweigerd vanwege strijd met een goede ruimtelijke ordening, met name vanwege de ligging van de recreatiewoningen op gronden met de bestemming "Bos - Bostuin" die een bufferfunctie vervullen. Ook het betoog over vooringenomenheid van het college werd verworpen.
Ten slotte werd vastgesteld dat de redelijke termijn van de procedure was overschreden, waardoor het college en de Staat der Nederlanden een schadevergoeding aan wederpartij moesten betalen. Proceskosten en griffierechten werden eveneens toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.