ECLI:NL:RVS:2026:2407
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens kennelijke drugshandel op openbare weg
Op 17 oktober 2022 werd appellant door de politie geobserveerd op een kruising in Rheden, waar hij zich onrustig gedroeg en contact had met een persoon die ook in drugs zou handelen. Bij controle werd een zakje met 48 XTC-pillen gevonden in zijn scooter. De burgemeester legde op basis hiervan een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 2:74 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening Rheden (APV), gericht op het voorkomen van drugshandel op de openbare weg.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij ten onrechte als drugsdealer werd aangemerkt en dat de enkele aanwezigheid van drugs niet duidt op handel. De Raad van State oordeelde dat het postvatten met kennelijke bedoeling om drugs te verhandelen al een overtreding vormt, ook zonder directe bewijs van handel. De vondst van de XTC-pillen bevestigde het kennelijke doel van appellant.
De Raad van State bevestigde het besluit van de rechtbank dat de last onder dwangsom rechtmatig was opgelegd. Tevens verklaarde de Afdeling het beroep tegen de intrekking van de last onder dwangsom door de burgemeester ongegrond, omdat appellant daartegen geen gronden had ingediend. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de last onder dwangsom wegens kennelijke drugshandel en verklaart het beroep tegen de intrekking daarvan ongegrond.