ECLI:NL:RVS:2025:5330
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J. Th. Drop
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing last onder dwangsom wegens vermeende drugsdealactiviteiten op openbare weg
De burgemeester van Schiedam legde op 20 augustus 2020 aan de wederpartij een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 2:74 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), dat het kennelijke doel om drugs te verhandelen op de openbare weg verbiedt. Dit besluit werd gehandhaafd bij bezwaar, maar de rechtbank vernietigde het besluit en oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de wederpartij het kennelijke doel had om drugs te verhandelen.
De burgemeester stelde in hoger beroep dat de rechtbank het begrip 'kennelijk doel' onjuist had uitgelegd en dat het aantreffen van drugs, contant geld en telefoons na de observatie wel degelijk omstandigheden zijn die het kennelijke doel kunnen onderbouwen. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de burgemeester in beginsel mag afgaan op proces-verbalen, maar dat in dit geval de feiten onvoldoende waren om de overtreding aan te tonen.
De bestuurlijke rapportage toonde aan dat de drugs in de auto van de bestuurder werden aangetroffen en dat de wederpartij daar naast zat zonder bewijs van kennis of betrokkenheid bij de drugs. Het contante geld en de telefoons waren onvoldoende om het kennelijke doel te bewijzen. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht werd vastgesteld. De uitspraak benadrukt het belang van concrete aanwijzingen voor het kennelijke doel en de zorgvuldige toetsing van bestuursrechtelijke dwangsommen in verband met drugshandel.
Uitkomst: Het hoger beroep van de burgemeester wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt vernietigd.