ECLI:NL:RVS:2026:2420
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens ernstige wanordelijkheden en vrees voor herhaling
De burgemeester van Rotterdam heeft op 24 februari 2023 besloten een woning te sluiten voor de duur van een maand op grond van artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet, vanwege een explosie en brandstichting die vermoedelijk verband hielden met een familieruzie. De politie rapporteerde dat er een brandplek en rookschade zichtbaar waren en dat er sprake was van een ernstig incident met mogelijk levensbedreigende gevolgen.
De burgemeester handhaafde dit besluit bij een besluit van 28 augustus 2023, waarna de rechtbank Rotterdam het beroep van de eigenaren tegen de sluiting ongegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van ernstige wanordelijkheden en een concrete indicatie van een risico op een levensbedreigende situatie, en dat het besluit proportioneel en subsidiariteit in acht nam.
In hoger beroep betoogden de eigenaren dat de rechtbank buiten de omvang van het geding was getreden, dat de burgemeester niet bevoegd was het noodbevel te geven, en dat de motivering en proportionaliteit onvoldoende waren. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp deze bezwaren. De Afdeling stelde dat de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat er ernstige vrees bestond voor het ontstaan van wanordelijkheden, mede gelet op eerdere incidenten en het verband tussen explosies.
De Afdeling bevestigde dat het besluit voldoet aan de vereisten van subsidiariteit en proportionaliteit en dat de motivering toereikend was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning wegens ernstige wanordelijkheden en vrees voor herhaling.