ECLI:NL:RVS:2026:2582
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op huurtoeslag voor woonboot die geen onroerende zaak is
De zaak betreft de afwijzing van een huurtoeslagaanvraag voor de periode van 1 september 2022 tot en met 31 december 2022 door de Dienst Toeslagen. De kernvraag is of de woonboot waarop appellant woont kwalificeert als onroerende zaak, wat een vereiste is voor het recht op huurtoeslag.
De rechtbank oordeelde dat de woonboot geen onroerende zaak is omdat deze niet duurzaam met de grond of oever is verenigd. Dit oordeel is gebaseerd op het arrest van de Hoge Raad van 15 januari 2010, waarin is bepaald dat een schip dat met de waterstand meebeweegt niet duurzaam met de bodem is verbonden. De woonboot kan drijven en is niet duurzaam vastgemaakt, ondanks dichtslibbing en het ontbreken van een AIS-certificaat.
Appellant voerde aan dat de woonboot door dichtslibbing vastzit en niet verplaatst kan worden, en dat het onderscheid in behandeling in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en artikel 1 Grondwet Pro. De Afdeling verwierp deze argumenten, verwijzend naar de wetsgeschiedenis en jurisprudentie die duidelijk maken dat huurtoeslag alleen geldt voor onroerende zaken en dat de rechter de wet niet mag toetsen aan de Grondwet.
De Afdeling concludeert dat de woonboot een roerende zaak is en dat de afwijzing van de huurtoeslag terecht is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de woonboot geen onroerende zaak is en wijst het hoger beroep af.