ECLI:NL:RVS:2026:2643
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering terras- en alcoholvrij bedrijf vergunning wegens ernstig gevaar strafbare feiten
FEBO Almere verzocht de burgemeester van Almere om vergunningen voor een terras en een alcoholvrij bedrijf. De burgemeester weigerde deze vergunningen op grond van een advies van het Landelijk Bureau Bibob en het ernstige gevaar dat de vergunningen mede gebruikt zouden worden voor strafbare feiten. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van FEBO Almere gegrond en oordeelde dat slechts sprake was van een mindere mate van gevaar, waardoor de burgemeester een nieuw besluit moest nemen.
De burgemeester stelde hoger beroep in, dat door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gegrond werd verklaard. De Afdeling oordeelde dat de burgemeester terecht het ernstige gevaar heeft betrokken dat de vergunningen mede gebruikt zullen worden voor strafbare feiten, mede vanwege de betrokkenheid van personen die in een zakelijk samenwerkingsverband staan met FEBO Almere en die vermoedelijk strafbare feiten hebben gepleegd.
De Afdeling stelde vast dat de rechtbank ten onrechte het gevaar had onderschat en dat de burgemeester de overtredingen van het Vuurwerkbesluit, de Drank- en Horecawet en de Opiumwet terecht heeft betrokken bij zijn beoordeling. De weigering van de vergunningen werd als evenredig beoordeeld gezien het ernstige gevaar en de aard van de strafbare feiten. Het hoger beroep van de burgemeester werd gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van FEBO Almere ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de vergunningen aan FEBO Almere wegens ernstig gevaar dat deze worden gebruikt voor strafbare feiten.