ECLI:NL:RVS:2026:265
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- M. Soffers
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel wegens bescherming in Italië
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 2 februari 2024 de asielaanvragen van een echtpaar met hun minderjarige dochter niet-ontvankelijk, omdat zij internationale bescherming genieten in Italië sinds 2016. De rechtbank verklaarde dit besluit op 21 augustus 2024 ongegrond en bepaalde dat de minister nieuwe besluiten moet nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende heeft onderkend dat betrokkenen onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij in Italië geen toegang hebben tot basisvoorzieningen zoals huisvesting en medische zorg. Betrokkenen hadden hun inspanningen niet met stukken onderbouwd en hadden zich niet tot hogere autoriteiten gewend om klachten in te dienen.
De Raad bevestigde dat de drempel voor schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest hoog is en dat de situatie van statushouders in Italië, hoewel moeilijk, niet leidt tot een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarbij de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.