ECLI:NL:RVS:2019:2384
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging niet-ontvankelijkheidsbesluiten verblijfsvergunning asiel wegens bijzondere kwetsbaarheid gezin in Griekenland
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde de asielaanvragen van een gezin niet-ontvankelijk omdat zij reeds een verblijfsvergunning in Griekenland hadden. De rechtbank vernietigde deze besluiten omdat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het gezin, met een jong kind geboren in Nederland, geen reëel risico liep op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het oordeel van de rechtbank. Het arrest Ibrahim van het Hof van Justitie werd uitgebreid besproken, waarbij werd vastgesteld dat statushouders in Griekenland onder bepaalde omstandigheden een risico kunnen lopen op ernstige materiële deprivatie. De staatssecretaris erkende de bijzondere kwetsbaarheid van het gezin en het niet te verwaarlozen risico op dakloosheid, maar had dit onvoldoende gemotiveerd in zijn besluiten.
De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris in een nieuw besluit nader moet motiveren waarom het gezin niet buiten eigen wil in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie zal terechtkomen. De situatie van statushouders in Griekenland is niet wezenlijk verbeterd sinds eerdere uitspraken. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.