ECLI:NL:RVS:2026:3156
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig besluit op aanvraag verblijfsvergunning asiel
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris alsnog een besluit genomen, waarna appellant het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af, waarna appellant hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de minister aan appellant tegemoet is gekomen door alsnog een besluit te nemen binnen de wettelijke termijn, die zes maanden bedroeg na vernietiging van een eerdere beleidsregel.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep gegrond is, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Het hoger beroep betrof uitsluitend het niet tijdig nemen van het besluit, waarbij een wegingsfactor van 0,5 werd toegepast.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.