ECLI:NL:RVS:2026:3661
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- B. Meijer
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing exploitatievergunning horeca op strandperceel wegens ontbreken gebruiksrecht
De burgemeester van Rotterdam wees op 26 juli 2023 de aanvraag van De Zeebries voor een exploitatie- en alcoholwetvergunning af omdat De Zeebries niet kon aantonen dat zij gerechtigd was over het strandperceel Zeekant 111 te beschikken. De huurovereenkomst was op 12 oktober 2022 buitengerechtelijk ontbonden. De rechtbank vernietigde het besluit van 21 maart 2024 wegens onvoldoende motivering en bepaalde dat de burgemeester een nieuw besluit moest nemen.
De burgemeester handhaafde het besluit bij een nieuw besluit van 19 mei 2025, waarbij werd gewezen op de Didam-jurisprudentie die het sluiten van een nieuwe huurovereenkomst bemoeilijkt. De Raad van State oordeelde dat de burgemeester niet onpartijdigheid schond door navraag te doen over het gebruik van het perceel en dat de rechtbank terecht bijzondere omstandigheden had erkend vanwege de samenloop van civiele en bestuursrechtelijke bevoegdheden binnen de gemeente.
Het hoger beroep van de burgemeester werd ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van De Zeebries niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, en het beroep tegen het niet-tijdig nemen van een besluit eveneens niet-ontvankelijk. De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van proceskosten die De Zeebries maakte in verband met het niet-tijdig nemen van een besluit.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de exploitatievergunning en verklaart diverse beroepen niet-ontvankelijk of ongegrond.