ECLI:NL:RVS:2026:3797
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van kosten bestuursdwang bij verkeerd aanbieden afvalstoffen
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 19 september 2025 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een kartonnen doos naast een papiercontainer te verwijderen. De kosten van €192 werden aan appellant opgelegd omdat zijn naam op het adreslabel van de doos stond. Appellant betwistte niet dat de doos van hem was, maar stelde dat hij de doos correct in de container had geplaatst en niet naast de container had achtergelaten.
Appellant voerde aan dat hij niet op juiste wijze was gehoord, omdat een telefonisch gesprek niet als hoorzitting kon worden beschouwd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college in strijd met artikel 7:2 Awb Pro had gehandeld door appellant niet vooraf duidelijk te informeren dat het gesprek als telefonisch horen gold, en dat er geen gespreksverslag was. Dit gebrek werd echter gepasseerd omdat appellant zijn standpunten schriftelijk had kunnen toelichten.
De Afdeling bevestigde het bewijsvermoeden dat degene wiens naam op het afval staat, als overtreder wordt aangemerkt. Appellants stelling dat een ander de doos naast de container had geplaatst, was onvoldoende om dit vermoeden te ontkrachten. Ook de onjuiste containerconstructie in het besluit deed hieraan niet af. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, maar appellant kreeg het griffierecht van €53 vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de kosten van bestuursdwang wordt ongegrond verklaard en appellant moet de kosten betalen, met vergoeding van het griffierecht.