ECLI:NL:RVS:2026:3916
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Verzoek om proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in vreemdelingenzaak
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, inzake een vreemdelingenzaak. Tijdens de procedure heeft verzoeker het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling tegen de minister van Asiel en Migratie.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat intrekking van het hoger beroep in combinatie met het alsnog nemen van een besluit door de minister kan leiden tot een proceskostenveroordeling. De minister heeft een besluit genomen op 10 juni 2026, waarmee het belang van het hoger beroep is komen te vervallen.
De Afdeling veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt in verband met het hoger beroep, waarbij een wegingsfactor van 0,5 wordt toegepast omdat het hoger beroep uitsluitend over proceskosten ging. Tevens verwijst de Afdeling het beroep tegen het besluit van 10 juni 2026 naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, zodat deze rechtbank het besluit kan toetsen en hoger beroep mogelijk blijft.
De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 9 juli 2026.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het beroep tegen het nieuwe besluit wordt doorverwezen naar de rechtbank.