ECLI:NL:RVS:2026:3941
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- J.Th. Drop
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf Eritrese familie
Betrokkenen, van Eritrese nationaliteit, vroegen om een machtiging tot voorlopig verblijf om bij hun zoon en broer, de referent, in Nederland te verblijven. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag af, waarna betrokkenen bezwaar maakten en beroep instelden. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de belangenafweging in het nadeel van betrokkenen uitviel.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister wel degelijk een geïndividualiseerde belangenafweging had gemaakt, waarin het economisch belang van Nederland werd afgewogen tegen de persoonlijke omstandigheden van betrokkenen en de referent. De minister had ook rekening gehouden met de asielachtergrond van de referent, diens leeftijd en de onoverkomelijke belemmeringen voor gezinsleven in Eritrea.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraken van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkenen ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee wordt bevestigd dat de motivering van de minister voldoet aan de vereisten van een fair balance in de belangenafweging bij vreemdelingenrechtelijke besluiten.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkenen ongegrond.