ECLI:NL:RVS:2026:3950
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen spoedeisende bestuursdwang voor verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 27 oktober 2025 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een kartonnen doos te verwijderen die naast een ondergrondse afvalcontainer was aangetroffen. Op de doos stond een adreslabel met naam en adresgegevens van appellant, waardoor het college aannam dat appellant het afval onjuist had aangeboden. Appellant betwistte dit en stelde dat enkel het herleiden van de doos naar zijn gegevens onvoldoende bewijs is en dat hij niet in Rotterdam was op het moment van de overtreding.
Het college verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en appellant stelde beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat volgens vaste jurisprudentie het aantreffen van een poststuk met gegevens van de betrokkene in het afval een bewijsvermoeden oplevert dat de betrokkene het afval onjuist heeft aangeboden. Dit vermoeden kan worden weerlegd met een concrete, gedetailleerde en onderbouwde verklaring, wat appellant niet heeft gedaan.
Hoewel de afvalcontainer 17 kilometer van het woonadres van appellant was, heeft appellant geen plausibele verklaring gegeven voor de aanwezigheid van de doos op die locatie. Zijn verwijzing naar eerdere uitspraken was niet relevant voor deze zaak. De Raad van State concludeerde dat het college terecht appellant als overtreder heeft aangemerkt en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden van afval is ongegrond verklaard.