ECLI:NL:RVS:2026:4190
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens niet tijdig besluit asielaanvraag na vernietiging verlenging beslistermijn
Appellant diende een asielaanvraag in op 3 september 2022. De minister van Justitie en Veiligheid verleende uiteindelijk op 14 november 2023 een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. De rechtbank wees het verzoek van appellant af om de minister te veroordelen tot vergoeding van proceskosten die appellant had gemaakt in verband met het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag. De rechtbank oordeelde dat de beslistermijn door een beleidsregel (WBV 2022/22) met negen maanden was verlengd, waardoor de ingebrekestelling van appellant te vroeg was ingediend.
Appellant stelde in hoger beroep dat deze verlenging onrechtmatig was. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de beleidsregel WBV 2022/22 onverbindend is verklaard door eerdere uitspraken, waardoor de beslistermijn niet verlengd kon worden. De ingebrekestelling van appellant was dus niet te vroeg ingediend. De minister had uiteindelijk alsnog een besluit genomen, maar de Afdeling vond dat de minister de proceskosten van appellant moest vergoeden.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de afwijzing van het verzoek tot proceskostenvergoeding betrof en veroordeelde de minister tot vergoeding van € 934,00 aan proceskosten. De Afdeling paste een wegingsfactor van 0,5 toe omdat het beroep en hoger beroep uitsluitend over het niet tijdig nemen van het besluit gingen.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 934,00 aan proceskosten wegens het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag.