ECLI:NL:RVS:2026:4191
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minister tot vergoeding proceskosten wegens niet tijdig beslissen asielaanvragen
Appellanten hadden asielaanvragen ingediend die niet tijdig door de minister werden beslist. De rechtbank wees hun verzoek om vergoeding van proceskosten af omdat zij oordeelde dat de ingebrekestelling te vroeg was ingediend vanwege verlengde beslistermijnen op grond van ministeriële besluiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden door WBV 2022/22 onrechtmatig was, zoals bevestigd in eerdere uitspraken en het arrest van het Hof van Justitie. Hierdoor was de ingebrekestelling niet te vroeg ingediend.
De minister had uiteindelijk alsnog besluiten genomen, maar de Afdeling vond dat appellanten recht hadden op vergoeding van de proceskosten. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het verzoek om proceskostenvergoeding was afgewezen en de minister werd veroordeeld tot betaling van € 934,00 aan proceskosten.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten wegens het niet tijdig nemen van besluiten op de asielaanvragen.