ECLI:NL:RVS:2026:4227
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in.
Tijdens de procedure nam de minister alsnog een besluit op 28 juni 2023, waarmee het doel van de procedure was bereikt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant daardoor geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep en verklaart dit niet-ontvankelijk.
Verder overweegt de Afdeling dat de asielaanvraag onder het toepassingsbereik van WBV 2022/22 valt, maar dat deze beleidsregel onverbindend is verklaard. De minister had daarom zes maanden de tijd om te beslissen, maar heeft dit pas na die termijn gedaan. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, waarbij een wegingsfactor van 0,5 wordt toegepast omdat het beroep en hoger beroep uitsluitend over het niet tijdig nemen van het besluit gingen.
De Afdeling benadrukt dat er geen beroep van rechtswege is ontstaan op grond van de Awb, omdat de minister het besluit alsnog heeft genomen. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister inmiddels een besluit heeft genomen; de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.