ECLI:NL:RVS:2026:4270
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering tijdelijke omgevingsvergunning voor huisvesting arbeidsmigranten op recreatiepark Van Harte
Het college van burgemeester en wethouders van De Wolden weigerde op 8 november 2021 een tijdelijke omgevingsvergunning voor vijf jaar voor het huisvesten van maximaal 100 arbeidsmigranten op het recreatiepark Van Harte. De aanvraag was ingediend vanwege het niet toestaan van deze huisvesting volgens de beheersverordening "Buitengebied". De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit van het college, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
Het college stelde dat de huisvesting niet langer wenselijk was omdat de erfpachtovereenkomst met Staatsbosbeheer was geëindigd en het park weer een recreatieve invulling moest krijgen. Appellante betwistte dit en voerde aan dat zij nog steeds procesbelang had en dat de motivering van het college onvoldoende was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de huisvesting van arbeidsmigranten niet langer wenselijk is, mede gelet op het Vitaliteitsonderzoek en het Programma "Vitale Vakantieparken de Wolden".
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. De Afdeling benadrukte dat het aan het college is om te beoordelen of het nog wenselijk is om arbeidsmigranten te huisvesten na het einde van de erfpachtovereenkomst, waarbij het belang van revitalisering en recreatieve invulling van het park zwaarwegend is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de tijdelijke omgevingsvergunning wordt bevestigd.