ECLI:NL:RVS:2026:4317
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep minister tegen vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag lhbtiq+-persoon
Betrokkene, een Ghanese lhbtiq+-persoon, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Polen verantwoordelijk zou zijn voor de asielprocedure.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende aanwijzingen zijn dat Polen niet aan zijn internationale verplichtingen voldoet jegens lhbtiq+-asielzoekers, mede op basis van een rapport over juridische obstakels en risico's op refoulement. De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen.
De minister ging in hoger beroep en voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt uitgegaan van naleving van het verbod op refoulement en toegang tot effectieve rechtsmiddelen in Polen. De minister betwistte de interpretatie van het rapport en stelde dat er voldoende rechtshulp beschikbaar is.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet heeft toegepast en vernietigt het vonnis. Het beroep wordt alsnog ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond.