ECLI:NL:RVS:2026:4319
Raad van State
- Wraking
- E.J. Daalder
- J.H. van Breda
- J. Luijendijk
- Rechtspraak.nl
Verzoek om wraking afgewezen wegens ontbreken persoonlijke wrakingsgrond
Verzoeker heeft bij de zitting van 9 juli 2026 een verzoek tot wraking ingediend tegen staatsraad mr. W. den Ouden, die als voorzieningenrechter belast is met de behandeling van zijn zaak. Verzoeker stelde dat er sprake is van een versnipperde rechtsbescherming en een rechtsbeschermingsvacuüm, waardoor zijn recht op toegang tot de rechter en een effectief rechtsmiddel volgens artikel 6 en Pro 13 EVRM wordt geschonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 Awb Pro en de Wrakingsregeling bestuursrechtelijke colleges 2022. De Afdeling oordeelde dat een wrakingsverzoek moet zijn gebaseerd op feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de specifieke rechter aantasten. Het verzoek van verzoeker richtte zich echter niet op de persoon van de staatsraad, maar op het Nederlandse stelsel van rechtsbescherming als geheel.
Daarom is het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en buiten behandeling gelaten. De Afdeling verwees naar vaste rechtspraak waarin is bepaald dat een wrakingsgrond niet kan worden ontleend aan algemene kritiek op het rechtsbeschermingssysteem. De beslissing werd uitgesproken op 24 juli 2026.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt buiten behandeling gelaten wegens het ontbreken van een persoonlijke wrakingsgrond.