ECLI:NL:RVS:2026:476
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- J. Hoekstra
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toevoeging rechtsbijstand wegens overschrijding drempelbedrag na verkoop echtelijke woning
Appellante had aanvankelijk een toevoeging voor rechtsbijstand gekregen voor haar echtscheidingsprocedure. Na de echtscheiding en de verkoop van de echtelijke woning, waarbij appellante een overwaarde van €34.495,56 ontving, heeft de raad de toevoeging ingetrokken omdat het financiële resultaat van de zaak boven het wettelijk drempelbedrag lag.
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking, stellende dat de verkoop van de woning niet als resultaat van de zaak mocht worden beschouwd en dat er sprake was van een vermogensverschuiving in plaats van een draagkrachttoename. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en ook in hoger beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de verkoop en de overwaarde wel degelijk tot het resultaat van de zaak behoren.
De Afdeling benadrukte dat het moment van de echtscheidingsuitspraak niet bepalend is voor het definitieve resultaat, omdat de toevoeging ook ziet op de tenuitvoerlegging van de uitspraak. De verkoop van de woning was een direct gevolg van de echtscheidingsbeschikking en daarmee onderdeel van het resultaat. Er waren geen zwaarwegende omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de toevoeging bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de toevoeging rechtsbijstand wordt bevestigd omdat het financiële resultaat van de echtscheidingsprocedure boven het drempelbedrag ligt.