ECLI:NL:RVS:2026:547
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning en uitzetting
Verzoeker kreeg op 22 oktober 2024 een afgeleide verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie werd ingetrokken. Tevens werd zijn aanvraag voor een zelfstandige verblijfsvergunning afgewezen, werd bepaald dat hij Nederland onmiddellijk moest verlaten en werd een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker gegrond, vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter besloot dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van € 934,00. Deze beslissing werd op 3 februari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.