ECLI:NL:RVS:2026:711
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Appellant, met de Ethiopische nationaliteit en afkomstig uit Mek’ele in de regio Tigray, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd bij besluit van 4 september 2024 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond op 17 juni 2025.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat de minister de situatie in Mek’ele deugdelijk heeft gemotiveerd, waarbij werd vastgesteld dat de veiligheidssituatie sinds de staakt-het-vurenovereenkomst van november 2022 aanzienlijk is verbeterd. Hierdoor is er geen sprake van omstandigheden die recht geven op een verblijfsvergunning op grond van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn.
De grieven van appellant, waaronder de vijfde grief, zijn ongegrond verklaard. De Afdeling ziet geen aanleiding om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen, mede omdat de grieven geen vragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin. De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.