ECLI:NL:RVS:2025:6058
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B.P. Vermeulen
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen gegronde vrees voor vervolging Tigrese asielzoekster uit Mek’ele
Betrokkene, een vrouw met de Ethiopische nationaliteit afkomstig uit Mek’ele in de regio Tigray, vluchtte in december 2021 naar Nederland vanwege het conflict in Tigray. Zij vorderde een verblijfsvergunning asiel op grond van haar etnische afkomst en de ernstige problemen die zij had ondervonden, waaronder huiszoekingen, plunderingen en detentie met bedreigingen van seksueel geweld.
De minister wees haar aanvraag af, stellende dat de situatie in Mek’ele sinds de staakt-het-vurenovereenkomst van november 2022 aanzienlijk is verbeterd en dat er geen sprake is van een binnenlands gewapend conflict met willekeurig geweld in Mek’ele. De rechtbank oordeelde echter dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat betrokkene geen gegronde vrees had.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en stelt dat de minister de veiligheidssituatie in Mek’ele deugdelijk heeft gemotiveerd, waarbij zij rekening hield met diverse bronnen en recente ontwikkelingen. De Raad concludeert dat betrokkene onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij persoonlijk een reëel risico loopt op vervolging of ernstige schade, waaronder seksueel geweld, bij terugkeer naar Mek’ele.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waarmee het afwijzende besluit op de asielaanvraag wordt bekrachtigd.