ECLI:NL:RVS:2026:737
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bestuurlijke boete voor onzelfstandige verhuur zonder vergunning in Den Haag
Appellant, eigenaar van een woning in Den Haag, kreeg een bestuurlijke boete van €10.000 opgelegd wegens het onzelfstandig verhuren van de woning zonder vergunning. De Haagse Pandbrigade constateerde dat vijf personen de woning bewoonden, terwijl deze was verhuurd aan een vrouw met twee kinderen. De rechtbank oordeelde dat appellant als eigenaar kon beschikken over de woning en de overtreding had aanvaard, waardoor de boete terecht was.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij niet de functionele overtreder was, omdat hij niet betrokken was bij de onderverhuur en geen aanwijzingen had om de onzelfstandige bewoning te vermoeden. De Raad voor de Rechtspraak toetste dit aan de criteria voor functioneel daderschap en concludeerde dat appellant wel kon beschikken over het gebruik van de woning, maar dat het college niet had bewezen dat hij de overtreding had aanvaard.
De enkele omstandigheid dat appellant de woning niet regelmatig controleerde en een betwiste verklaring van een bewoner waren onvoldoende om aanvaarding aan te nemen. Bankafschriften toonden aan dat appellant tot kort voor de inspectie huur ontving van de oorspronkelijke huurster. De Raad vernietigde daarom het besluit tot boete en het eerdere vonnis, en bepaalde dat het college de proceskosten aan appellant moet vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de boete en het vonnis en herroept het besluit wegens onvoldoende bewijs van aanvaarding van de overtreding door appellant.