ECLI:NL:RVS:2026:75
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 30 juni 2023, aangevuld op 18 augustus 2025. Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 december 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft op 8 januari 2026 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op eerdere jurisprudentie en de belangenafweging dat verzoeker niet onherstelbare schade mag lijden door uitzetting tijdens de procedure. De uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door de voorzieningenrechter en griffier.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.