ECLI:NL:CBB:2001:AB1984
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Tuchtklacht tegen registeraccountants wegens schending onpartijdigheid en belangenconflict
Appellanten A en B stelden beroep in tegen een tuchtbeslissing van de raad van tucht voor registeraccountants, waarin zij een schriftelijke berisping kregen opgelegd wegens schending van artikel 9, tweede lid, van de Gedrags- en beroepsregels registeraccountants 1994 (GBR-1994). De klacht betrof het niet duidelijk maken aan klaagster dat F, senior adviseur bij G, een bijzonder belang van H B.V. vertegenwoordigde, wat leidde tot belangenconflicten.
Het College stelde vast dat F verschillende belangen behartigde, waaronder die van H B.V. en klaagster, en dat het op F en diens verantwoordelijke was om duidelijkheid te verschaffen over deze belangenvertegenwoordiging. Het College oordeelde dat F in strijd met artikel 9, tweede lid, GBR-1994 handelde door onvoldoende duidelijkheid te verschaffen, vooral gezien het belangenconflict dat ontstond.
Ten aanzien van appellant sub 2 oordeelde het College dat deze niet tuchtrechtelijk aansprakelijk kon worden gehouden voor het handelen van F, omdat hij geen leiding gaf aan F en zijn betrokkenheid beperkt was tot vaktechnische eindverantwoordelijkheid voor jaarrekeningen tot eind 1994. Appellant sub 1, als lid van het centrale bestuur zonder specifieke taakverdeling, werd wel verantwoordelijk gehouden en diens berisping gehandhaafd.
Het beroep van appellant sub 1 werd verworpen en dat van appellant sub 2 gegrond verklaard, waarbij de berisping van appellant sub 2 werd vernietigd. De beslissing is gebaseerd op de Wet op de Registeraccountants en artikel 9, tweede lid, GBR-1994.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 1 wordt verworpen en zijn berisping gehandhaafd; het beroep van appellant sub 2 wordt gegrond verklaard en zijn berisping vernietigd.