ECLI:NL:CBB:2003:AO0999
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten over pluimveerechten in het kader van de Meststoffenwet
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw over de toekenning van pluimveerechten voor hun pluimveebedrijven, naar aanleiding van de Meststoffenwet en het Uitvoeringsbesluit pluimveerechten. De kern van het geschil betrof de toepassing van een hardheidsregeling voor onomkeerbare investeringsverplichtingen die leiden tot een vergroting van het aantal kippen.
Het College oordeelt dat appellanten voldoen aan de voorwaarden van de hardheidsregeling zoals neergelegd in artikel 58k van de Meststoffenwet, en vernietigt de bestreden besluiten die dit ontkennen. Echter, het College stelt vast dat op grond van artikel 4 van Pro het Uitvoeringsbesluit geen extra pluimveerechten kunnen worden toegekend, omdat het aantal vergunde kippen in beide milieuvergunningen gelijk is.
Hoewel appellanten stellen dat feitelijk meer dieren kunnen worden gehouden door extra stalcapaciteit, leidt dit niet tot extra pluimveerechten. De rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten blijven derhalve in stand. Het College veroordeelt de verweerder tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.