ECLI:NL:CBB:2003:AO1799
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring in bezwaar tegen aanwijzing werkzame stoffen Bestrijdingsmiddelenwet
Appellante, de Stichting Zuidhollandse Milieufederatie, stelde beroep in tegen een besluit van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen waarin haar bezwaar tegen het Prioriteringsbesluit van 12 juni 2002 werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. Het geschil betrof de vraag of de aanwijzing van werkzame stoffen in het Prioriteringsbesluit als een algemeen verbindend voorschrift kon worden aangemerkt, waardoor bezwaar niet mogelijk zou zijn.
Het College overwoog dat de aanwijzing van werkzame stoffen op grond van artikel 25d, eerste lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 het rechtsgevolg heeft dat bestrijdingsmiddelen met die stoffen van rechtswege zijn toegelaten of geregistreerd. Deze aanwijzing is echter niet aan te merken als een algemeen verbindend voorschrift omdat zij geen zelfstandige normstelling bevat en niet los kan worden gezien van het samenstel van regels in artikel 25d.
Verder oordeelde het College dat voor het intreden van het rechtsgevolg van toelating of registratie geen afzonderlijk besluit vereist is over de volledigheid van een aanvraag tot verlenging. Het bestreden besluit dat appellante niet-ontvankelijk was, werd daarom vernietigd en verweerder werd opgedragen opnieuw te beslissen op het bezwaar. Het door appellante betaalde griffierecht werd aan haar vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen op het bezwaar.