ECLI:NL:CBB:2004:AR6034
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- J.A. Hagen
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling van mededingingsklacht tegen Carglass inzake kortingen en machtsmisbruik
Glasgarage Rotterdam B.V. en Carglass B.V. hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een mededingingsgeschil met de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit (d-g NMa). De zaak betreft de vraag of Carglass misbruik heeft gemaakt van een economische machtspositie door het verlenen van volumekortingen, groepsbonussen en communicatiebonussen aan verzekeringsmaatschappijen.
De rechtbank had het bezwaar van Glasgarage tegen het besluit van de d-g NMa van 19 oktober 2000 deels gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarna de d-g NMa een nieuwe beslissing op bezwaar nam. Het College van Beroep beoordeelde onder meer de ontvankelijkheid van de beroepen, de motivering van de besluiten, de onderzoeksplicht van de d-g NMa en de kwalificatie van de ruitprijskorting.
Het College oordeelde dat Glasgarage geen belang had bij het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank, maar wel tegen het besluit van 22 oktober 2003. Het hoger beroep van Carglass werd ontvankelijk verklaard ondanks een formele termijnoverschrijding. Het College stelde vast dat de rechtbank in strijd met wettelijke bepalingen had gehandeld door niet duidelijk te maken op welke vertrouwelijke stukken zij haar oordeel baseerde, en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
Het College bevestigde dat de d-g NMa terecht oordeelde dat de ruitprijskorting geen misbruik van machtspositie vormt en dat de volumekortingen en communicatiebonussen geen misbruik opleveren. Ook oordeelde het College dat de d-g NMa niet verplicht was een nader onderzoek naar artikel 6 Mw Pro te verrichten nadat het onderzoek naar artikel 24 Mw Pro geen overtreding opleverde. Het hoger beroep van Glasgarage tegen het besluit van 22 oktober 2003 werd ongegrond verklaard. Ten slotte bepaalde het College dat partijen hun eigen proceskosten dragen, met enkele vergoedingen van griffierechten door de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: Het hoger beroep van Glasgarage tegen de uitspraak van de rechtbank is niet-ontvankelijk, het hoger beroep van Carglass en de d-g NMa is gegrond, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de d-g NMa moet opnieuw op bezwaar beslissen.