ECLI:NL:CBB:2004:AP1336
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boete wegens misbruik economische machtspositie bij elektriciteitstransport
SEP, als aangewezen vennootschap en beheerder van het koppelnet, weigerde een aanbod te doen voor het transport van elektriciteit aan Norsk Hydro, wat werd aangemerkt als misbruik van economische machtspositie volgens artikel 24 Mededingingswet Pro. De rechtbank had een boete van ƒ14 miljoen opgelegd wegens deze leveringsweigering.
SEP stelde dat haar weigering gerechtvaardigd was vanwege vermoedens dat Norsk Hydro de Elektriciteitswet 1989 zou overtreden door elektriciteit door te leveren aan distributiebedrijven, wat verboden was. SEP wilde zekerheid dat ingevoerde elektriciteit niet voor de openbare voorziening bestemd was. Het College oordeelde echter dat SEP geen voorwaarden mocht stellen aan het doen van een aanbod volgens artikel 47 Elektriciteitswet Pro 1989 en dat de leveringsweigering misbruik van machtspositie vormde.
Het College erkende wel verzachtende omstandigheden vanwege de complexe wettelijke context en het feit dat SEP handelde uit onachtzaamheid en niet met opzet. Daarnaast werd geoordeeld dat de boete van ƒ14 miljoen te hoog was, mede gezien de gewijzigde wetgeving en het feit dat het netbeheer sinds 1998 onafhankelijk is. Daarom werd de boete verlaagd naar €3.500.000. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak en boetebeschikking vernietigd en een proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de boete verminderd naar €3.500.000 en eerdere uitspraak vernietigd.