ECLI:NL:CBB:2005:AT6711
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- H.C. Cusell
- R.R. Winter
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging besluit milieutoelating koperhoudende antifouling-verven
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen waarbij 35 primaire besluiten met betrekking tot koperhoudende antifouling-verven zijn gehandhaafd. Het geschil betreft de analoge toepassing van het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (Bmb) en de wetenschappelijke rechtvaardiging van de risicobeoordeling voor het milieu.
De kern van het geschil is of de risicobeoordeling, met name de toepassing van het maximaal toelaatbaar risiconiveau (MTR) zonder rekening te houden met de biologische beschikbaarheid van koper, voldoet aan de eisen van de Biocidenrichtlijn en het EG-verdrag. Het College stelt vast dat de Commissie en het Wetenschappelijk Comité voor de Toxiciteit, de Ecotoxiciteit en het Milieu (CSTEE) ernstige bezwaren hebben geuit over de wetenschappelijke onderbouwing, met name over het niet adequaat verwerken van biologische beschikbaarheid.
Het College oordeelt dat verweerder onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht door niet nader te informeren bij de Commissie en het CSTEE alvorens af te wijken van hun uitvoerig gemotiveerde mening. Hierdoor is het besluit in strijd met artikel 3:2 Awb Pro genomen. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit en de primaire besluiten worden vernietigd, en verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot milieutoelating van koperhoudende antifouling-verven wordt vernietigd wegens onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing.