ECLI:NL:CBB:2005:AT9209
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- E.J.M. Heijs
- F.W. du Marchie Sarvaas
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over terugvordering gedifferentieerde uitvoerrestituties bij wederuitvoer kaas
Appellante A Dairy Products B.V. heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Productschap Zuivel tot intrekking en terugvordering van restituties met een verhoging van 15%, omdat zij Italiaanse kaas uitvoerde naar de Verenigde Staten, waarna deze vrijwel direct werd wederuitgevoerd naar Canada. Verweerder stelde dat de restituties onverschuldigd waren betaald omdat de kaas de markt van bestemming niet daadwerkelijk had bereikt.
Het College overweegt dat de restituties definitief zijn betaald na acceptatie van invoerdocumenten, maar dat de wederuitvoer naar Canada aanleiding geeft tot terugvordering. Het College verwijst naar het arrest Möllmann-Fleisch en het arrest Emsland-Stärke van het Hof van Justitie en concludeert dat prejudiciële vragen gesteld moeten worden over de uitleg van de Verordening (EEG) nr. 3665/87 en de criteria voor terugvordering bij wederuitvoer.
Daarnaast is de vraag aan de orde of sprake is van een voortdurende of voortgezette onregelmatigheid in de zin van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 en of de terugvordering verjaard is. Het College acht het proces-verbaal van 5 maart 1997 als een stuitende onderzoekshandeling, waardoor de verjaring is gestuit. Het College verwerpt de grief dat de terugvordering niet op de genoemde verordening mocht worden gebaseerd.
Het College besluit het onderzoek te heropenen en stelt drie prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van de relevante Europese verordeningen en de criteria voor terugvordering en verjaring bij gedifferentieerde restituties en wederuitvoer.
Uitkomst: Het College heropent het onderzoek en stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, waarna de zaak wordt aangehouden.