ECLI:NL:CBB:2005:AU4398

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
14 juli 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 03/1474
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • C.M. Wolters
  • W.E. Doolaard
  • B. Hessel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:15 AwbWet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatieZuivelverordening 2002
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidskwestie inzake besluit Productschap Zuivel en Stichting Keten Kwaliteit Melk

In deze zaak stond de vraag centraal welke instantie bevoegd is om te beslissen over een bezwaar tegen een besluit genomen door Stichting Keten Kwaliteit Melk. Het College verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is bepaald dat voor besluiten na 1 januari 2005 de jurisprudentie omtrent waarneming van taken door andere entiteiten niet wordt voortgezet.

Het onderhavige bezwaar betreft een besluit van 26 juni 2003, dus voor genoemde datum. Uit proceseconomisch oogpunt acht het College het wenselijk dat het bezwaar, dat bij Stichting Keten Kwaliteit Melk is ingediend, alsnog wordt doorgezonden aan het Productschap Zuivel, dat volgens de jurisprudentie bevoegd is om over het bezwaar te beslissen.

Het College heropent het onderzoek en stelt het Productschap Zuivel in de gelegenheid om het bezwaar te behandelen en in de procedure als verweerder op te treden. Partijen worden verzocht binnen acht weken te informeren over de genomen stappen.

Uitkomst: Het College verklaart zich niet bevoegd en draagt het bezwaar over aan het Productschap Zuivel voor verdere behandeling.

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven
No. AWB 03/1474 14 juli 2004
6110 Regeling overig
Erkenning ex art. 3 Zuivelverordening Pro 2002
Beschikking in de zaak van:
A, te X, appellant,
gemachtigde: mr. G.D. te Biesebeek, advocaat te Zwolle,
tegen
Stichting Keten Kwaliteit Melk , te Leusden, verweerster,
gemachtigden: mr M.J. van Pomeren, advocaat te Amsterdam.
1. Overwegingen
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 juli 2004 en is vervolgens gesloten. Het College is evenwel tot de slotsom gekomen dat het onderzoek dient te worden heropend. Hiertoe wordt het volgende overwogen.
In zijn uitspraak van 19 mei 2002, AWB 02/1634, LJN nr. AP 1308 (X/Productschap Zuivel) heeft het College aangekondigd dat het zijn jurisprudentie, waarin waarneming van taken van bedrijfslichamen door andere entiteiten dan organen van bedrijfslichamen geaccepteerd wordt in die zin dat de primaire besluiten van die entiteiten aan een bedrijfslichaam worden toegerekend, voor besluiten genomen na 1 januari 2005 niet zal voortzetten.
In het onderhavige geschil ligt voor een door verweerster genomen besluit op een bezwaar gericht tegen een voor de genoemde datum genomen besluit als vorenbedoeld.
Het College stelt vast dat het gelet op het bepaalde in de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie niet bevoegd is op een beroep tegen een door verweerster genomen besluit te beslissen.
Het College overweegt vervolgens dat ingevolge de aangehaalde uitspraak slechts aan het Productschap Zuivel de bevoegdheid toekomt om op het bezwaarschrift tegen het besluit van verweerster te beslissen.
Uit een oogpunt van proceseconomie acht het College het, gelet ook op de door zijn uitspraak gecreëerde overgangssituatie, geraden verweerster nu in de gelegenheid te stellen om, naar analogie van artikel 6:15 Awb Pro, het bij haar ingediende bezwaarschrift tegen haar besluit van 26 juni 2003 alsnog aan het Productschap Zuivel ter verdere behandeling door te zenden. Het College stelt het Productschap Zuivel vervolgens in de gelegenheid om een door hem genomen besluit op dit bezwaarschrift in de aanhangige procedure in te brengen en in deze procedure mede als verweerder op te treden
Het College verwacht dat partijen het College binnen acht weken na deze uitspraak over de genomen stappen zullen informeren.
2. De beslissing
Het College heropent het onderzoek.
Aldus gegeven door mr. C.M. Wolters, mr. W.E. Doolaard en dr. B. Hessel, in tegenwoordigheid van mr. L. van Duuren, als griffier, op 14 juli 2004.
w.g. C.M. Wolters w.g. L. van Duuren