ECLI:NL:CBB:2006:AV2678
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- H.C. Cusell
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkverklaring bezwaar intrekking erkenning melkveehouderij
Appellante, exploitant van een melkveehouderij, kreeg in juni 2000 een erkenning van KKM. Deze erkenning werd bij besluit van 15 december 2003 per 1 februari 2004 ingetrokken op grond van een beoordeling van oktober 2003. Na een herbeoordeling in januari 2004 werd de erkenning verlengd. Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking, maar verweerder verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat volgens hem het belang ontbrak door de verlenging.
Het College oordeelt dat het besluit van 30 januari 2004 de intrekking ongedaan maakt, waardoor appellante steeds in het bezit van een erkenning is gebleven. Dit sluit echter niet uit dat appellante belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar bezwaar, met name vanwege haar verzoek om vergoeding van kosten die zij maakte in verband met de herbeoordeling.
De niet-ontvankelijkverklaring was onterecht en het beroep is gegrond. Het College vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder opnieuw te beslissen, rekening houdend met de overwegingen in deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante, vastgesteld op €226, en dient het griffierecht van €273 te worden vergoed.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met vergoeding van proceskosten.