ECLI:NL:CBB:2005:AU5316
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- C.M. Wolters
- W.E. Doolaard
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen NMa-besluiten over delcrederevergoeding en omzetstimuleringspremie in Mededingingswet
Appellanten, Modint en Modint Credit & Finance B.V., zijn in hoger beroep gekomen tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam die de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) in het gelijk stelden over de afwijzing van hun aanvragen om ontheffing van verboden prijsafspraken onder de Mededingingswet. De kern van het geschil betreft de kwalificatie van de delcrederevergoeding en omzetstimuleringspremie, die volgens de NMa en rechtbank verboden horizontale prijsafspraken zijn.
Het College overweegt dat deze vergoedingen betrekking hebben op diensten die retail service organisaties aan leveranciers leveren en niet op de verkoopprijs van goederen aan detaillisten. De vergoedingen zijn duidelijk af te splitsen van de primaire prijsvaststelling, ondanks dat zij als percentages van factuurwaarde of omzet worden berekend. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat deze vergoedingen prijsafspraken zijn die de mededinging beperken.
Het College volgt de jurisprudentie van het Hof van Justitie en benadrukt dat de beoordeling van mededingingsbeperking moet plaatsvinden binnen de economische context van de markt. Het standpunt van de NMa dat gezamenlijke prijsafspraken altijd mededingingsbeperkend zijn, wordt verworpen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de besluiten van de NMa en de uitspraken van de rechtbank worden vernietigd voor zover zij de delcrederevergoeding en omzetstimuleringspremie betreffen, en de NMa wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten van de NMa en rechtbank worden vernietigd voor zover zij de delcrederevergoeding en omzetstimuleringspremie betreffen.