ECLI:NL:CBB:2006:AX9696
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing S&O-verklaring wegens te late indiening aanvragen
Appellanten hebben bij afzonderlijke besluiten van 28 december 2004 een afwijzing ontvangen op hun aanvragen voor een S&O-verklaring op grond van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen (WVA). De aanvragen moesten volgens artikel 24 lid 3 WVA Pro uiterlijk vier weken voor het kalenderhalfjaar worden ingediend, wat in dit geval uiterlijk 3 december 2004 was. De aanvragen werden echter op 6 december 2004 ontvangen, nadat zij op 1 december 2004 via UPS, een koeriersdienst, waren aangeboden.
Verweerder stelde dat de indieningsdatum de datum van ontvangst bij het bestuursorgaan is en dat verzending per koeriersdienst niet gelijkgesteld kan worden aan verzending per post zoals bedoeld in artikel 6:9 Awb Pro, mede omdat de postbezorging via TPG een wettelijke universele dienst betreft met strikte kwaliteitsnormen. Appellanten voerden aan dat de late ontvangst niet aan hen te wijten was, maar aan een fout van de koeriersdienst, en dat het gewicht van het pakket de bijzondere status van TPG voor brieven tot 100 gram niet uitsluit.
Het College oordeelde dat de wettelijke uitleg en jurisprudentie van de Hoge Raad bevestigen dat verzending per koeriersdienst niet gelijkstaat aan verzending per post. Daarom is de indiening op 6 december 2004 te laat. Het risico van late bezorging door UPS komt voor rekening van appellanten. De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard. Ook is geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard omdat de aanvragen te laat zijn ingediend via een koeriersdienst.