ECLI:NL:HR:2001:AB6596
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid beroep in cassatie bij verzending beroepschrift per koeriersdienst
In deze zaak ging het om de ontvankelijkheid van een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam betreffende aanslagen waterschapsbelastingen. Het beroepschrift was ingediend na de wettelijke termijn van zes weken zoals gesteld in artikel 6:7 Awb Pro. Belanghebbende stelde dat het beroepschrift tijdig was ingediend omdat het op de laatste dag van de termijn aan een koeriersbedrijf was overhandigd.
De Hoge Raad overwoog dat volgens artikel 6:9 Awb Pro het beroepschrift tijdig moet zijn ontvangen, tenzij het is verzonden per post binnen de termijn. De verzendtheorie, waarbij het poststempel bepalend is, geldt alleen voor verzending per post via de PTT. Verzending per koeriersdienst valt hier niet onder, omdat men nooit verplicht is daarvan gebruik te maken en de wetgever dit niet heeft bedoeld.
Omdat het beroepschrift niet tijdig bij het gerechtshof was ontvangen en de verzending per koeriersdienst niet als postverzending kan worden aangemerkt, is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad wees ook af om proceskosten toe te wijzen en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig is ontvangen en verzending per koeriersdienst niet gelijkgesteld wordt aan verzending per post.