Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
gronden:
beslissing:
18 december 2018in het openbaar uitgesproken.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De heffingsambtenaar van de gemeente Nijmegen stelde hoger beroep in tegen beschikkingen op grond van de Wet WOZ, specifiek over de vergoeding van kosten volgens artikel 7:15, tweede lid, van de Awb. Het hogerberoepschrift was gedagtekend op de uiterste dag van de termijn, 11 september 2017, maar werd pas op 13 september 2017 ontvangen door het Hof, met een poststempel van 12 september 2017.
Het geschil betrof de vraag of het hogerberoepschrift tijdig was ingediend, waarbij de verzending via een koeriersdienst plaatsvond. Het Hof oordeelde dat een koeriersdienst niet gelijkgesteld kan worden aan verzending per post in de zin van artikel 6:9 Awb Pro, conform eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad en het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
De heffingsambtenaar kon niet aannemelijk maken dat het beroepschrift daadwerkelijk op 11 september 2017 ter post was aangeboden. Het risico van de postverwerking lag bij hem, en het Hof oordeelde dat hij in verzuim was. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard, evenals het incidentele hoger beroep van de belanghebbende. De heffingsambtenaar werd veroordeeld in de proceskosten van de belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep van de heffingsambtenaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.