ECLI:NL:HR:2004:AR3512
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verzending beroepschrift per koeriersdienst en niet-ontvankelijkheid
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar door de inspecteur werd gehandhaafd. Tegen deze uitspraak ging belanghebbende in beroep bij het Hof, dat het beroep gegrond verklaarde en de aanslag verminderde. De Staatssecretaris van Financiën stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof.
De kern van het geschil betrof de vraag of het beroepschrift tijdig was ingediend. Belanghebbende had het beroepschrift via een koeriersdienst verzonden en beriep zich op de hoogste betrouwbaarheid van deze bezorgmethode. Het Hof oordeelde dat verzending per koeriersdienst gelijkgesteld kon worden aan verzending per post zoals bedoeld in artikel 6:9 lid 2 Awb Pro, waardoor het beroep ontvankelijk was.
De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en oordeelde dat verzending per koeriersdienst niet kan worden aangemerkt als verzending per post in de zin van de Awb. De liberalisering en privatisering van de postmarkt brengen hierin geen verandering. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie gegrond, vernietigde het arrest van het Hof en verklaarde belanghebbende niet-ontvankelijk in het beroep bij het Hof.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard omdat verzending per koeriersdienst niet gelijkgesteld kan worden aan verzending per post.