ECLI:NL:CBB:2007:BA4400
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- R.R. Winter
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit toelating bestrijdingsmiddelen wegens strijd met EU-richtlijnen
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Stichting Zuid-Hollandse Milieufederatie beroep ingesteld tegen een besluit van het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen. Het geschil betreft de uitleg en toepassing van overgangsbepalingen in de Europese richtlijnen 91/414/EEG (Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn) en 98/8/EG (Biocidenrichtlijn) in relatie tot artikel 25d van de Nederlandse Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Bmw).
Het College heeft prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen voorgelegd over de uitleg van onder meer artikel 16 lid 1 van Pro richtlijn 98/8 en artikel 8 lid 2 en Pro 3 van richtlijn 91/414. Het Hof heeft geoordeeld dat deze bepalingen geen standstillverplichting bevatten, maar dat lidstaten zich tijdens de overgangsperiode moeten onthouden van maatregelen die het door de richtlijnen voorgeschreven resultaat ernstig in gevaar brengen. Tevens is bepaald dat artikel 25d Bmw niet voldoet aan deze eisen omdat het geen waarborg bevat dat bij toelating van bestrijdingsmiddelen naar behoren rekening wordt gehouden met de effecten op gezondheid en milieu.
Het College concludeert dat artikel 25d Bmw niet in overeenstemming is met de EU-richtlijnen en vernietigt het bestreden besluit en het primaire besluit tot toelating. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed. Hiermee wordt bevestigd dat nationale regelgeving tijdens de overgangsperiode niet zodanig mag worden gewijzigd dat de bescherming van mens, dier en milieu in gevaar komt.
Uitkomst: Het College vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit vanwege strijd met EU-richtlijnen.