ECLI:NL:CBB:2007:BA7443
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J. Borgesius
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boeteoplegging AFM wegens onrechtmatig aanbieden effecten zonder prospectus
Appellant, handelend onder de naam Les Amis de France, bood participaties aan in een onroerend goedproject zonder dat daarvoor een prospectus was opgesteld, wat in strijd is met artikel 3, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995). De Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde appellant een bestuurlijke boete op van €87.125,- wegens deze overtreding. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde de boete.
In hoger beroep stelde appellant onder meer dat de minimuminleg van €50.000,- een absolute ondergrens was en dat de medewerkster van AFM zich schuldig maakte aan uitlokking. Het College verwierp deze grieven en bevestigde dat ook lagere inleg mogelijk was, en dat er geen sprake was van uitlokking. Wel oordeelde het College dat de rechtbank ten onrechte de boete onverkort had gehandhaafd zonder voldoende rekening te houden met de financiële draagkracht van appellant.
Het College stelde vast dat appellant bekend was met de regelgeving en eerdere handhavende maatregelen, maar dat de boete in redelijkheid gematigd moest worden vanwege de beperkte draagkracht van appellant en het feit dat geen participaties waren verkocht. Het College vernietigde het bestreden besluit en matigde de boete tot €10.000,-. Tevens werd AFM veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De boete wegens het onrechtmatig aanbieden van effecten zonder prospectus wordt gematigd van €87.125,- naar €10.000,- en AFM wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.