ECLI:NL:RBARN:2011:BQ4178
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.J. Post
- J.H.A. van der Grinten
- J.M. Neefe
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overschrijding meststoffenwet na onterecht meetellen landbouwgrond
Eisers exploiteren een veehouderijbedrijf en kregen een boete opgelegd wegens overschrijding van de gebruiksnormen voor meststoffen in 2007. Verweerder had de oppervlakte landbouwgrond in Friesland, die eisers hadden gehuurd, niet als onderdeel van het bedrijf erkend omdat deze grond niet daadwerkelijk in het kader van de normale bedrijfsvoering werd gebruikt. Hierdoor verviel de derogatie en werden de gebruiksnormen overschreden.
De rechtbank oordeelde dat de landbouwgrond in Friesland niet tot het bedrijf behoorde, omdat een derde deze gronden feitelijk beheerde en bewerkte zonder dat eisers feitelijke beslissingsmacht hadden. Eisers konden de overtreding en het daderschap niet ontkennen, maar de rechtbank vond de verwijtbaarheid gering omdat eisers te goeder trouw hadden gehandeld.
De opgelegde boete van €173.113,50 werd als onevenredig hoog beoordeeld in verhouding tot het economische voordeel van ongeveer €53.700. De rechtbank matigde de boete tot €67.125, wat het voordeel vermeerderd met 25% weerspiegelt. Daarnaast werden eisers in de proceskosten en griffierecht veroordeeld. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het de hoogte van de boete betreft.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Meststoffenwet is gematigd tot €67.125 wegens onevenredigheid.