ECLI:NL:CBB:2008:BG4115
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- E.J.M. Heijs
- M. Munsterman
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over naheffing heffingen bedrijfslichaam en terugwerkende kracht wet
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Productschap Vee en Vlees tot naheffing van heffingen over 2005, omdat hij schapen aan een buitenlandse ondernemer heeft verkocht zonder heffing te betalen. Het geschil betreft de vraag of appellant terecht als uitvoerder wordt aangemerkt en dus heffing verschuldigd is, en of de terugwerkende kracht van artikel 128a Wbo toelaatbaar is.
Het College oordeelt dat de toepasselijke heffingsverordeningen bepalen dat degene die dieren aflevert aan een buitenlandse ondernemer als uitvoerder geldt, ongeacht of de dieren Nederland daadwerkelijk verlaten. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat appellant geen bewijs levert dat de dieren Nederland niet hebben verlaten. Ook het bezwaar dat de verordeningen mededingingsbeperkend zijn wordt verworpen.
Verder bevestigt het College de rechtmatigheid van de terugwerkende kracht van artikel 128a Wbo, zoals eerder vastgesteld in een beschikking van juni 2008. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffing wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.