ECLI:NL:CBB:2009:BH6932
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Heropening onderzoek boeteoplegging spamverbod wegens onvoldoende belangenafweging privacy en verdediging
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om het hoger beroep van OPTA tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, die boetes wegens overtreding van het spamverbod aan A en B heeft vernietigd. OPTA had boetes opgelegd aan A en B wegens het verzenden van ongevraagde commerciële e-mails zonder toestemming van natuurlijke personen. De rechtbank oordeelde dat OPTA onvoldoende had onderzocht of de klagers natuurlijke personen waren en dat A en B onvoldoende in staat waren gesteld hun verdediging te voeren, onder meer doordat zij geen toegang kregen tot persoonsgegevens van klagers.
Het College overweegt dat de belangenafweging tussen het recht op privacy van klagers en het recht op een eerlijk proces van A en B onvoldoende concreet en onderbouwd is gemaakt door OPTA. OPTA heeft nagelaten te onderzoeken of klagers bezwaar hadden tegen bekendmaking van hun persoonsgegevens en heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het belang van privacy prevaleert boven het verdedigingsbelang. Ook het onderzoeksbelang van OPTA weegt niet zwaarder dan het recht op verdediging.
Het College concludeert dat de bestreden besluiten wegens schending van artikel 6 EVRM Pro vernietigd moeten worden en heropent het onderzoek. OPTA krijgt de opdracht nader onderzoek te doen naar de belangenafweging omtrent de bekendmaking van persoonsgegevens en binnen zes weken verslag uit te brengen. De beslissing op bezwaar wordt aangehouden totdat dit onderzoek is afgerond.
Uitkomst: Het College heropent het onderzoek en beveelt nader onderzoek naar de belangenafweging tussen privacy en verdedigingsrechten.