ECLI:NL:CBB:2009:BJ0628
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- M. van Duuren
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tariefvaststelling farmaceutische zorg en inkoopvoordelen apotheekhoudenden
Appellante, de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie, stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de tariefbeschikking van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) van 16 juni 2008. Deze tariefbeschikking stelde het nieuwe tariefsysteem voor farmaceutische zorg vast, met een gemiddelde vergoeding van €6,10 per receptregel exclusief btw.
Het geschil betrof de vraag of deze tariefvaststelling redelijk was, mede gelet op de inkoopvoordelen die apotheekhoudenden genieten en de praktijkkostenvergoeding die niet kostendekkend zou zijn. Appellante voerde aan dat het tarief niet kostendekkend is en dat de NZa onzorgvuldig heeft gehandeld bij het baseren van haar besluit op een onderzoek naar inkoopvoordelen en praktijkkosten, dat volgens appellante onvolledig en onzorgvuldig was.
Het College overwoog dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk was wegens gebrek aan specifiek belang. Vervolgens oordeelde het College dat de NZa niet verplicht is een volledig kostendekkend tarief vast te stellen, mede gelet op de doelstelling van de Wet marktordening gezondheidszorg om kostenbeheersing te bevorderen. Het College achtte de aannames van de NZa, gebaseerd op het onderzoek van ConQuaestor/Significant, voldoende onderbouwd en niet zodanig onjuist dat zij niet als grondslag konden dienen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Wel werd de NZa veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar.
Uitkomst: Het beroep tegen de tariefvaststelling van €6,10 per receptregel wordt ongegrond verklaard en de NZa wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.