ECLI:NL:CBB:2009:BJ0670
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verdachtverklaring en doding dieren bij mond- en klauwzeerbestrijding
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees waarbij haar evenhoevige dieren verdacht werden verklaard van besmetting met mond- en klauwzeer en gedood moesten worden. Dit besluit was gebaseerd op de nabijheid van een besmet bedrijf en het beleid om verspreiding van het virus te voorkomen.
Het College heeft vastgesteld dat het primaire bedrijf inderdaad besmet was met het mkz-virus, wat de verdachtverklaring van de dieren van appellante rechtvaardigt. Gezien het zeer besmettelijke karakter van het virus en de snelle verspreiding acht het College het beleid van doding binnen een straal van twee kilometer proportioneel en niet buitengewoon.
Appellante voerde aan dat vaccinatie een beter alternatief was en dat de ruiming onnodig was omdat de incubatietijd verstreken was en de dieren niet ziek waren geworden. Het College verwierp deze argumenten, verwijzend naar de geldende Europese regelgeving, het ontbreken van noodvaccinatieopties destijds en het risico van carrierdieren.
Ook de stelling dat geen adequate schadevergoeding was toegezegd, werd afgewezen omdat de vergoeding in een aparte procedure wordt geregeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verdachtverklaring en doding van de dieren wordt ongegrond verklaard.