ECLI:NL:CBB:2009:BJ0695
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over verdachtverklaring en doding van dieren bij mond- en klauwzeer
Appellant betwistte het besluit van de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees waarin zijn evenhoevige dieren verdacht werden verklaard van besmetting met mond- en klauwzeer en gedood moesten worden. Dit besluit was gebaseerd op de nabijheid van een besmet bedrijf waar klinische symptomen en positieve laboratoriumuitslagen waren vastgesteld.
Het College oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de dieren van appellant verdacht waren, gezien het besmettelijke karakter van het virus en de ligging binnen een straal van twee kilometer van het besmette bedrijf. Het non-vaccinatiebeleid en de maatregelen tot doding werden als proportioneel en in overeenstemming met Europese richtlijnen beoordeeld.
Appellant voerde aan dat het besluit disproportioneel was en dat vaccinatie een passend alternatief was, maar het College verwierp dit op grond van eerdere jurisprudentie en beleidskeuzes van de minister. Tevens werd geoordeeld dat de schadevergoeding niet in deze procedure aan de orde kon komen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het College zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit tot verdachtverklaring en doding van zijn dieren wegens mond- en klauwzeer is ongegrond verklaard.